re·no·va·tie (de ~ (v.), ~s) 1 het weer bewoonbaar maken van een gebouw door een ingrijpende verbouwing
Wanneer
- Monumenten, karakteristieke en behoudenswaardige gebouwen en streekeigen gebouwen en
erven die beeldbepalend zijn voor de streek (omdat ze veel gebiedskenmerken hebben).
- Bijvoorbeeld in het geval van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB).
Doel
- Behoud gebouw/erf door geschikt maken voor bestaande of nieuwe functie (vaak spreken we bij
dit laatste over ‘transformatie’.
- Voorkomen van verwaarlozing en dus sloop.
Achtergrond
- Renovatie is vaak goedkoper dan sloop en nieuwbouw
- Renovatie is nodig om gebouw geschikt te maken voor hedendaags gebruik, daglichttoetreding,
aspecten van duurzaamheid bv isolatie, verwarming, materiaalgebruik.
Tips
- Behoud hoofdvorm, constructie, volume, streekeigen kenmerken
- Behoud gesloten dakvlak, wees creatief en zoek naar oplossingen van daglichttoetreding
- Vernieuwing door toevoeging nieuwe tijdslaag (eventueel contrasterend)
- Behoud verschil in voorzijde (wonen) en achterzijde (bedrijf) van de boerderij
- Gebouwen in principe onderling niet verbinden, eventueel verbindingen zo transparant mogelijk uitvoeren.


